Tijd: Vrijdag 30 Juli 2010 - 01:29
Tijd: Vrijdag 30 Juli 2010 - 01:29
De bandeninzamelactie 2007 in zeven provincies heeft 700.000 oude banden opgeleverd. Ruim 1900 agrariërs hebben hun banden naar alle tevredenheid opgeruimd. Nog dagelijks informeren boeren naar de mogelijkheden om hun banden op te laten ruimen. Reden genoeg om de inzamelingsactie nieuw leven in te blazen.
De grootschalige inzamelingsactie van boerenbanden in negen provincies is een samenwerkingsverband tussen Projecten LTO Noord en RecyBEM B.V. Agrarische bedrijven in de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht, Flevoland, Drenthe, Groningen, Friesland, Overijssel en Gelderland kunnen meedoen aan de collectieve inzamelactie van oude banden.
Door een collectieve benadering kunnen overtollige (auto)banden op een milieuvriendelijke en relatief goedkope wijze worden opgeruimd. Zowel leden als niet-leden van LTO Noord kunnen deelnemen aan de actie.
Aanmelden
Wilt u dat de oude banden van uw erf of uit uw schuur verdwijnen? Download dan hier het aanmeldingsformulier en de deelnamevoorwaarden (incl. prijslijst). De daadwerkelijke inzameling vindt plaats in de periode april/mei en oktober/november 2009.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Daphne Quinten van Projecten LTO Noord. T 088 888 66 77 of kijk op de website www.boerenbanden.nl.
Aanmeldingsformulier
Deelnamevoorwaarden
Willem Veltman loopt in het kader van zijn opleiding Tuinbouw en Akkerbouw aan het van Hall Larenstein in Leeuwarden stage bij Projecten LTO Noord. Tijdens zijn stageperiode houdt hij zich twee dagen in de week bezig met een aantal opdrachten voor het project ‘Optimalisatie Pootgoedteelt Groningen’ (OPG). In dit project doen 25 pootgoedtelers mee in een pilot waarbij het voornaamste doel is kennis uitwisselen via het beproefde adagium Boeren leren van Boeren. De kennis die in deze pilot wordt opgedaan is straks nuttig bij het realiseren van een landelijke pootgoedacademie.
‘Tijdens mijn stage voer ik een aantal opdrachten uit voor OPG, die variëren van de inhoud van de website www.optimalisatiepootgoedteeltgroningen.nl tot beheer van het forum maar ook het opzetten van een teeltregistratiesysteem. Zo heb ik van alle 25 deelnemers teeltregistratieformulieren met betrekking tot Erwinia teruggekregen. Die gegevens heb ik verwerkt in een verslag dat ik tijdens de laatste studiebijeenkomst heb gepresenteerd. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat de deelnemers heel verschillend omgaan met Erwinia en dat ze daarbij door ervaringen uit te wisselen van elkaar kunnen leren.’
De pootgoedsector is geen onbekend terrein voor de stagiaire. ‘Ik ben geboren en getogen op een akkerbouwbedrijf in Hellum, gemeente Slochteren. We telen thuis pootgoed. Verder hebben we zetmeelaardappels, tarwe, gerst, graszaad, cichorei en suikerbieten. In totaal op ongeveer 133 hectare. Van jongs af aan wist ik dat ik ook in deze sector verder wilde. Na het VWO ben ik naar Wageningen gegaan maar die studie was niet echt een succes voor mij. Na een jaar heb ik dan ook besloten van de universiteit naar de hogere landbouwschool te gaan. En inderdaad deze studie bevalt heel goed en sluit ook mooi aan bij de praktijk, ik werk thuis ook vaak mee.’
Hij is enthousiast over het project OPG: ‘Het is een interessant project voor telers maar ook voor de bij de pootgoedteelt betrokken partijen als onderzoek en bedrijfsleven als de grote handelshuizen. Zij krijgen rechtstreeks vanuit het veld input. Bovendien is het project een mooi instrument om kennis uit te wisselen. Maar ook voor het onderwijs is deze werkwijze van belang. Als leerproces maar ook bijvoorbeeld om kennis over de praktijk op te doen, beide kanten op, zoveel voor het onderwijs als instituut maar ook voor de leerlingen. Het legt verbindingen tussen de praktijk en de theorie. En natuurlijk biedt het stageplaatsen en inspiratie voor afstudeeronderwerpen.’
Zou hij willen meedoen als het project een vervolg zou krijgen in een landelijke pootgoedacademie? ‘Ja’ zegt hij meteen. ‘Ik heb ook nog wel enkele tips voor de projectleider van OPG en mijn stagebegeleider, Harry de Coo. Ik zou nog meer gebruik maken van internet omdat dit zondermeer de toekomst is en ik zou in nog kleinere groepen gaan werken. Hoe kleiner de groep hoe groter de eigen inbreng van de deelnemers.’